Peuterperiode

Oppassen door opa en oma
Oppassen door opa en oma

Opvoeden
Opvoeden

Te jong om te kunnen delen

Tot drie jaar is het voor een kind heel moeilijk om te delen. Hij heeft nog geen duidelijk ‘ik’ gevoel en alles is bij voorbaat van hem. Bij een drieling zijn er drie kleintjes die alle drie van dat standpunt uitgaan! Ze zijn extreem bezitterig, want het speelgoed is een soort verlenging van het nog zwakke ik-gevoel. Juist door zelf dingen in handen te hebben, voelt het kind iets van het ‘ik’. Tegelijkertijd voelt het zich nog een deel van mama en een deel van de andere twee. Hij zit, tussen zijn 1e en 3e jaar, in de fase van het ontdekken van het eigen ‘ik’.

Kan in het gezin van kinderen met verschillende leeftijden de oudste nog wel eens toegeven (‘ach, mijn broertje snapt het nog niet’), bij drielingen gaat dit niet op. Ze zitten alle drie in dezelfde fase en zijn daarom alle drie vaak even bezitterig. Van toegeven is nauwelijks sprake, integendeel: het kan er hard aan toegaan. En waarom is juist altijd het speeltje dat de ander vast heeft, nu zo interessant? Ook al ligt hetzelfde speeltje nota bene voor hem of haar op de grond? Juist omdat het broertje of zusje er mee bezig is, roept het meer de aandacht op van het kind. Het wil het ook vasthouden en uitproberen. Dus trekt hij het gewoon uit de handen van de ander, duwt, schopt of slaat. Hij weet eigenlijk helemaal niet goed het verschil tussen zijn eigen lichaam en dat van de andere twee. Hij zit nog midden in de ‘wij-fase’. Daarom heeft hij ook geen weet van de pijn die hij de ander aandoet.

Is de drieling een jongenstrio, dan is het vechten onderdeel van hun dagelijkse patroon. Jongens zijn meer fysiek ingesteld. Hierbij heeft het mannelijke hormoon, testosteron, een grote invloed. Meisjes kunnen trouwens ook flink trekken, krabben en bijten. Maar toch is het vechten bij jongens over het algemeen fysiek en heftiger. Ik kom hier later nog op terug.

Liefde delen

Alle drie willen het liefst de aandacht van papa en mama voor zichzelf. Niet alleen het delen van speelgoed is moeilijk, net zo goed de liefkozingen die de een krijgt, eisen de anderen ook op. ‘Als ik één van mijn jongens vraag om mij iets te brengen, dan willen de andere twee dat ook doen. Dus dan zijn de poppen aan het dansen’, vertelt Laura, moeder van een jongens-drieling. Elsa zegt er het volgende over: ‘Als ik een van de drie een zoen geef, komen de andere twee ook aangehold. En trouwens het komt ook voor dat de een de ander van mijn schoot probeert te duwen’. Gelukkig verandert dit zodra de kinderen een duidelijk ‘ik-gevoel’ hebben ontwikkeld (rond het 4e jaar). Dan is het gegeven dat één van de drie een voordeeltje heeft, geen punt meer voor ze. Ze weten dan dat zij een volgende keer aan de beurt zijn. En ze kunnen dan ook blij zijn voor de ander. Elsa: ‘Als ik nu eentje knuffel, zie ik vaak hoe blij de anderen hier om zijn. Ze vinden het fijn voor hun zusje of broertje. Dit is een groot verschil en maakt het samenzijn een stuk ontspannender’.

Het waarom van het lichamelijk geweld

Maar waarom moeten ze zo met elkaar vechten en elkaar pijn doen? vraagt menige ouder zich af. Het kind, tot 4 jaar, spreekt nog voornamelijk met zijn lichaamstaal: hij bijt, hij duwt, hij trekt, hij slaat, etc. Deels komt dit doordat het kind nog niet de fysieke grenzen tussen hem en de anderen ziet noch kent. Zo zijn ze zich, tussen één en drie jaar, nog niet bewust van de pijn die ze de ander (of anderen) aandoen. Ze zien alleen maar dat autootje of dat speeltje dat het andere kind in zijn handen heeft. En dat wil hij ook! En voor een ander groot deel komt dit ook omdat het kind nog niet beschikt over woorden om te kunnen zeggen: ‘nu ik’. Of: ‘Ik ook even. Mag ik ook? ‘. Zodra hun woordenschat toeneemt, neemt het communiceren via lichaamstaal af, al zullen ze in momenten van vermoeidheid of stress meer dan eens terugvallen (iets dat trouwens ook bij volwassenen voorkomt).

Er zijn verschillende manieren om te zorgen dat het dagelijkse samenleven makkelijker wordt:

  • Zorg ervoor dat je als moeder of vader niet lange tijd alleen met de kinderen bent. Hulp is absoluut een vereiste, bv een jonge student of een aupair, die samen met jou en de drieling is. Drie jonge kinderen, tussen 1 en 3 jaar, zitten volop in de ontdekkingsfase en willen alles onderzoeken. Twee volwassenen om hen heen is geen overdreven luxe, maar een absolute noodzaak. Het maakt een regenachtige middag ook veel dynamischer en minder zwaar.
  • Probeer regelmatig iets met één van de drie te ondernemen, zoals een wandeling naar de bakker of een brief posten. Als Mark thuiskomt, gaat zijn vrouw altijd even met een van de drie een eindje fietsen. Dit individuele contact is voor haar een verademing en ook het kind zelf geniet ervan. De andere twee thuis spelen direct wat ontspannender. Het veel op elkaars lip zitten is ook voor de drieling zelf een bron van spanning. Ze worden immers vaak gestoord in hun onderzoekingen door de andere twee.
  • Deel de dag of middag op in gedeeltes: een poosje vrij-spelen, dan een verhaaltje voorlezen of een dvd kijken; daarna een tijdje naar buiten. Een dagelijkse wandeling is een must voor meerlingmoeders, zowel voor hen zelf als voor de kinderen. Kinderen ontspannen in de buitenlucht en spelen in een speeltuin vaak harmonieuzer. Er is namelijk meer ruimte en ze kunnen hun energie beter kwijt. Ook heeft de natuur (zelfs die van een park) een positieve invloed op kinderen (en volwassenen).
  • Maak in de woonkamer een hoekje voor het individuele spelen. Vaak stoort een drieling elkaar: als eentje ets maakt, bv een tekening of een puzzel, dan komen er direct twee ‘helpers’ bij. Je kunt je kinderen leren dat er een plekje in de woonkamer is waar je degene die er zit, niet mag storen. Dat leren ze al snel. Als één iets alleen wil doen, gaat hij daar zitten. Als ze klein zijn, is een box voor dit doel ook heel handig.
  •  Leer ze woorden zoals ‘au’. Gebruik het steeds als iemand zich bezeert en ook als de één de ander pijn doet. Zo leren ze zich in anderen in te leven. Leer ze ook kusjes geven op de zere plek van de ander. En leer ze woorden zoals ‘Nu ik even?’. Of ‘straks ik?’

Ze luisteren helemaal niet naar ons

Drieling ouders klagen vaak over het gebrek aan gehoorzaamheid van hun kinderen. ‘Begrijpen ze ons niet of spelen ze een spelletje met ons? vraagt Laura zich af. ‘En bovendien, als ik één verbied om met de hamer op het raam te slaan, doen de andere twee het ook’. Ja, kinderen imiteren elkaar en als de één iets interessants doet, moeten de andere twee dat ook even uitproberen. Bovendien is de aandacht van mama ook wel interessant!

  • Het is goed te bedenken dat in jouw situatie het aanleren van regels moeilijker is. Een drieling heeft elkaar als steunpunt. Is mama boos, dan hebben ze altijd nog de ‘goedkeuring’ van elkaar. Dat maakt hen minder gevoelig voor een boos gezicht. Daarom is het goed om een aantal regels in gedachten te houden waardoor het aanleren van goed gedrag makkelijker wordt voor je drietal:
  • Als je kind iets ondeugends doet, richt je dan specifiek tot hem en niet tot alle drie. Het heeft meer effect als je hem aankijkt en toespreekt. Als één de schuld heeft van iets, geef hém dan een standje en niet alle drie. Is één echt onmogelijk, zet hem dan even apart, bijvoorbeeld in de gang, ook al verdedigen de andere twee hem.
  • Wees consequent en vasthoudend. Vermijd vage mededelingen. Dit is bij de opvoeden van een drieling nog belangrijker dan bij een eenling of kinderen van verschillende leeftijden.
  • Als je de kinderen even moet laten uitrazen of straf moet geven, zoals een paar minuten op de gang, voorkom dan dat ze met elkaar zitten. Dan heeft de straf geen effect. Haal ze uit elkaar.
  • Drie kleine kinderen betekent drie stemmetjes die jou proberen over te halen. Als je even niet weet wat te doen of te zeggen op een verzoek van hen, zeg dan dat je erover na moet denken.
  • De kinderen hebben elk hun eigen karakter en eigen behoeften. Dat betekent dat je hen verschillend behandelt. Als je merkt dat één druk begint te worden, zet hem dan, bijvoorbeeld, in zijn kinderstoel met een speeltje of wat klei, voordat zijn gedrag de anderen aansteekt. Het is ook logisch dat je de één wat meer ruimte geeft dan de ander, want elk kind heeft zijn eigen regels nodig.
  • Onderneem regelmatig iets met elk kind apart. Het versterkt jullie onderlinge band en dat versterkt de wens bij ze om ‘lief’ te zijn en naar je te luisteren.

Voel je niet bezwaard over het straffen en instellen van regels. Dit hoort bij het ouderschap en is net zo noodzakelijk als het knuffelen. Bovendien: een jongens-drieling heeft sterke behoefte aan regels en normen. Bij hen, onder invloed van het hormoon testosteron, is er een voortdurende strijd gaande om het leiderschap en het meten van de kracht van een ieder. Zonder regels zijn ze verloren. Met regels voelen ze zich veilig en zeker. Deze ‘hiërarchie’ (papa en mama stellen de normen op) hebben alle kinderen nodig, maar een jongens-drieling nog meer. De regels helpen hen bij het ontwikkelen van zelfcontrole. Op den duur zullen ze jullie regels zich eigen maken, dat dit de basis vormt voor hun geweten.
Drieling-ouders moeten een strakkere discipline aanhouden dan andere ouders. Daarbij komt nog dat kinderen die even oud zijn, meer herrie en rommel maken en meer werk geven dan kinderen van verschillende leeftijden. Voor jullie eigen welbevinden en rust is het daarom onontbeerlijk dat er goede regels gehanteerd worden.
Meestal slagen de ouders er goed in. Mocht je echter het gevoel hebben dat de situatie je boven je hoofd groeit en elke dag een onoverzienbaar obstakel voor je betekent, zoek dan hulp bij een ontwikkelingspsycholoog. Een paar sessies kan het grote verschil maken!

Aanvullende informatie
Meer informatie over dit onderwerp is te vinden in “Het Grote Tweelingenboek”, een boek over de opvoeding en ontwikkeling van twee- en meerlingen. De auteur (Cox Feenstra) is ontwikkelingspsychologe. Zij heeft zich gespecialiseerd in de specifieke aspecten van de ontwikkeling van meerlingen. Cox Feenstra is adviseur van de NVOM en van de Opvoeddesk. Hier kunnen ouders van meerlingen terecht voor advies door professionele pedagogen psychologen.

Voor opvoedkundige vragen onderhoudt de NVOM de Meerlingentelefoon (0900-MEERLING).
Meer informatie over de Meerlingentelefoon is te vinden op de website van de NVOM.